Normalisaties: zin of onzin?

In ieder Informatiememorandum zie je de term terug op de pagina bij Financiële informatie: normalisaties. Zelden leidt deze niet tot discussie. Wat is nu de zin of onzin van normalisaties?

In de jaarcijfers zitten wel eens kosten verwerkt die niet direct gerelateerd zijn aan de bedrijfsvoering. Of kosten die veel hoger zijn dan normaal voor een vergelijkbaar bedrijf. Deze kosten drukken het bedrijfsresultaat voor afschrijvingen (de EBITDA, Earnings Before Interest Tax Depreciation en Amortisation) en de vrije kasstroom. Dit heeft een negatief effect op de waardering van de onderneming. Zowel bij een waardering op basis van multiples, als bij een waardering op basis van DCF (Discounted Cash Flow). Om een juist beeld van de onderneming te krijgen zullen deze kosten “genormaliseerd” dienen te worden. Dit betekent dat het bedrijfsresultaat gecorrigeerd wordt, dat kan zowel negatief als positief. Hieronder staat een aantal veel voorkomende normalisaties: 

1. Managementvergoeding

Als DGA kun je zelf bepalen hoe je een vergoeding uit de werkmaatschappij naar je holding haalt. Dit kan een beperkte managementvergoeding zijn met fors dividend, of juist een forse managementvergoeding met een beperkt dividend. Soms is deze vergoeding fors hoger dan het reguliere salaris van een reguliere manager. Deze vergoeding moet dus worden gecorrigeerd naar het niveau van een manager die een vergelijkbaar bedrijf aanstuurt. Het is belangrijk de goede benchmark te vinden.

2. Marktconforme inkomsten en uitgaven

Dit heeft betrekking op intercompany geldstromen. Omwille van financiële en eventueel fiscale redenen, wordt er soms voor gekozen om inkomsten of uitgaven te verschuiven naar andere onderdelen van een groep. De Transacties tussen dochterondernemingen dienen zakelijk te zijn, dit wordt ook wel “at Arms Length” genoemd. Is dit niet het geval, dan worden deze genormaliseerd. In een internationale context speelt dit een nog grotere rol als het gaat om fiscale optimalisaties.

3. Huur

Niet elke onderneming heeft het vastgoed in eigen bezit. Vaak wordt er bedrijfsruimte gehuurd van derde. In sommige gevallen huurt het deze van de holdingmaatschappij of een ander onderdeel van de groep. Ook hierbij geldt dat er sprake zou moeten zijn van een marktconforme prijs. Als dit niet het geval is, zou hier een correctie moeten plaats vinden. Aandachtspunt in de transactie is sowieso de positie van het onroerend goed, wordt dit wel of niet mee verkocht.

4. Over- of onderinvesteringen

Een categorie die vaak wordt vergeten is reparaties, onderhoud en vervangingsinvesteringen. Belangrijk is te bepalen of in het verleden alle noodzakelijke investeringen en/of onderhoud hebben plaatsgevonden.

5. Eenmalige gebeurtenissen

Speciale aandacht verdienen de normalisaties in verband met eenmalige gebeurtenissen (bijv. rechtszaken, herstel datanetwerk in verband met virus, verzekeringsclaims etc.). In de praktijk blijkt dat er ieder jaar wel een eenmalige gebeurtenis is. Wees dus realistisch met het normaliseren hiervan, anders gaat dit tot veel discussies leiden.

Conclusie

De conclusie is dat kritisch kijken naar reguliere en eenmalige kosten in aanloop van een mogelijke verkoop zeker kan lonen. Wij kijken graag met u mee!

Share on twitter
Deel op Twitter
Share on linkedin
Deel op Linkdin